We moesten gisteren naar Hornbach. Of eigenlijk, we moesten ergens een lopertje halen, en de keuze viel op Hornbach.
Dat vloerkleedje was bedoeld om in de keuken te leggen, waarvan onze steeds slechter ziende hond inmiddels denkt dat het een (glad) Zwart Gat is, waar je niet zomaar kunt lopen.
Om een of andere, waarschijnlijk mystieke, reden geldt dat alleen voor het lopen richting tuin, niet als ze richting woonkamer gaat. Evengoed een probleem, omdat ze ‘s avonds haar slaapplaats niet kan bereiken zonder ofwel om het hele huis heen te worden geleid, ofwel door de baas over het Zwarte Gat te worden getild.
Naar de bouwmarkt dus. De oplossing hadden we snel genoeg gevonden, gewoon een rubber, wasbaar, lopertje, blauw (dus niet Zwart…), en geribbeld (dus niet Glad …).
En als je dan toch bij die bouwsuper bent, dan ga je natuurlijk ook voor het arme dove, half-blinde en aan reuma lijdende beest wat lekkers halen.
Uiteraard wat zij lekker vindt, ze heeft andere criteria dan wij en mag graag gedroogde pensstaafjes verorberen en met de bekende heerlijke geuren die dat tot gevolg heeft liefst de hele woning opfrissen.
Bij het hondevoer, terwijl mijn vrouw een enorme voorraad pensstaaf aan het inslaan was, werd mij de weg geblokkeerd door een groepje mensen met een hondje.
Het hondje, formaat grote dikke rat, was kennelijk door een bekende klant aangekocht en moest van de nodige parafernalia worden voorzien.
Nu ging dat niet zonder enige ophef.
Een wat oudere medewerker zette een trend, door de eigenaresse te vragen hoe vaak dat beest nou precies moest worden opgewonden.
Op dat moment had ik moeten beseffen in een scenario van Wim T. Schippers te zijn beland.
De eigenaresse vertelde dat het kleine monster “Harry” heette, en ook dat had me eigenlijk al op het vervolg moeten voorbereiden.
Een andere medewerkster van overigens normaal postuur, meende vervolgens de keffer op haar knietjes te moeten aanspreken, en jawel, een bouwvakkers decolleté van een centimeter of 30 was direct voor mijn karretje in volle glorie te bewonderen.
Onsterfelijk maakte zij zich echter met de volgende opmerking: “Jij ben hond Harry he? Ik heb een poesje, IK heb een POESJE, jaaaah IK heb een Poesje !!! “